Vernieuwd huurrecht gaat in op 1 augustus


Op 1 augustus worden een groot aantal nieuwe huurrechtsregels van kracht. Dat houdt onder andere in dat er een groot aantal nieuwe regels gaan gelden voor de onderhoudsverplichtingen die huurders hebben en dat eindelijk alle huurders het recht krijgen om te klussen in de woning. Ook huurders van een particuliere verhuurder. De nieuwe wetgeving krijgt zijn beslag in Titel 7.4 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Op dit moment is het huurrecht nog verspreid over verschillende wetten.
De veranderingen kunnen worden onderverdeeld in twee categorieën, de ‘gewone’ huurrechtregels en de huurprijsregels

Wijzigingen in huurrechtregels
De eerste wijziging van het ‘gewone’ huurrecht is de invoering van een wettelijke regeling voor Zelf Aangebrachte Veranderingen (ZAV), oftewel het klusrecht. Eindelijk is dat recht in de wet vastgelegd en daarmee is een zeer belangrijke wens van de Woonbond namens alle huurders en huurdersorganisaties vervuld. Belangrijk is wel dat de veranderingen die een huurder aanbrengt niet ten koste mogen gaan van de verhuurbaarheid en waarde van een woning.

De tweede grote verandering betreft de wijzigingen in de onderhoudsregels. Er is een nieuw begrip ‘gebrek’ is ingevoerd en ook is er meer dwingend recht opgenomen in de nieuwe wetgeving. Regels dus waar niet ten nadele van de huurder van mag worden afgeweken. Met een Algemene Maatregel van Bestuur is een lijst gepubliceerd van wat onder huurdersonderhoud wordt verstaan.  De minister van Justitie motiveert in een brief aan de Eerste Kamer zijn keuze om dit dwingendrechtelijk vast te leggen als volgt: ‘Van verschillende zijde is geconstateerd dat in de wetsvoorstellen de hoeveelheid dwingend recht toeneemt. Dat is inderdaad waar. Het geldt vooral voor woonruimte en vindt zijn verklaring in het feit dat de wetsvoorstellen moeten worden gezien tegen de achtergrond van een zeer krappe huurmarkt, vooral in de grote steden, met oplopende wachttijden.’ Goede beschermende regels zijn dus nodig. We weten allemaal uit de praktijk dat huurders en verhuurders niet onderhandelen over de inhoud van een huurovereenkomst. Het is slikken of stikken. Voor jou tien, twintig, honderd anderen.

Een volgende wijziging is de invoering van een zogenaamde ‘renovatieregeling’. Het begrip renovatie, woningverbetering kennen we allemaal. Nieuw is echter de opname van het juridische begrip ‘renovatie’ in de wet. Het wordt gelijkgesteld met het gedogen van dringende werkzaamheden die niet kunnen wachten tot de huurperiode is afgelopen en omvat ook sloop met vervangende nieuwbouw. De regeling komt er in het kort op neer dat huurders ook renovaties moeten gedogen indien de verhuurder hierover schriftelijk een redelijk voorstel doet. Dat voorstel is dan redelijk als het gaat om een complex van minstens 10 woningen waarvan 70% van de huurders ermee heeft ingestemd. De huurders die niet tot die meerderheid behoren hebben overigens nog wel de mogelijkheid de rechter te laten toetsen of het voorstel inderdaad redelijk is.

Wijzigingen in het huurprijzenrecht
De verzoekschriftprocedure bij de kantonrechter komt te vervallen en wordt vervangen door de ‘normale’ dagvaardingsprocedure. Met als resultaat dat het voor partijen omslachtiger en kostbaarder wordt om een huurprijsgeschil na behandeling door de huurcommissie nog eens voor te leggen aan de kantonrechter.

 

Onder servicekosten worden voortaan alleen die kosten verstaan die verband houden met de bewoning van de woonruimte. Daar vallen dus bijvoorbeeld niet onder de kosten van zorgverlening, recreatieruimten en maaltijdverstrekkingen. Ook nieuw is de komst van een AMvB over de servicekosten. Deze AMvB bevat een lijst van zaken en diensten waarvoor de vergoeding moet worden aangemerkt als servicekosten. Nog een nieuwtje is dat er net zoals bij de nieuwe renovatieregeling een wijziging van het servicekostenpakket op initiatief van de verhuurder kan worden doorgevoerd als 70% van de huurders daarmee instemt.

Tenslotte willen we erop wijzen dat de regels voor het maken van bezwaar tegen bijvoorbeeld de jaarlijkse huurverhoging wijzigen. Zo is de bezwaartermijn verkort tot uiterlijk de dag waarop de huurverhoging moet ingaan. Ook is de rappelprocedure gewijzigd. U weet wel, de regeling als een huurder niet betaalt maar ook geen bezwaar maakt. Voorheen moest de verhuurder de huurcommissie inschakelen die vervolgens de huurder de zogenaamde rappelbrief stuurde, in de toekomst zal de verhuurder de huurder per aangetekende brief moeten laten weten dat hij nog een termijn van twee weken krijgt om alsnog bezwaar te maken.