Nieuw huurrecht 1 augustus van kracht
De nieuwe huur(prijs)wetgeving is vanaf morgen,
vrijdag 1 augustus, een feit. Vanaf dat moment hebben huurders, dankzij het
‘nieuwe huurrecht’ eindelijk een wettelijk klusrecht. Ook op
onderhoudsgebied is er winst, bijvoorbeeld omdat de onderhoudsverdeling niet
meer in het nadeel van huurders kan uitpakken. De nieuwe regels gelden meteen
voor alle huurcontracten.
De meeste nieuwe bepalingen zijn van (semi-)dwingend recht. Dit betekent dat er
helemaal niet (dwingend) of niet in het nadeel van de huurder (semi-dwingend)
van de wettelijke regels mag worden afgeweken. Als dat in een huurcontract toch
gebeurt, is/zijn de betreffende bepaling(en) niet geldig. Verhuurders kunnen
hierdoor bijvoorbeeld hun aansprakelijkheid voor schade die is ontstaan door een
gebrek aan de woonruimte (gevolgschade) niet meer in het huurcontract
uitsluiten. Het gebrek moet dan wel aan de verhuurder ‘toe te rekenen’ zijn,
bijvoorbeeld omdat hij het door de huurder gemelde gebrek steeds maar niet
verhelpt. De wet geeft voor het eerst ook een definitie van een gebrek: elke
omstandigheid waardoor de huurder niet het woongenot heeft dat hij in het
algemeen van een goed onderhouden woning mag verwachten. De nieuwe wetgeving
voorziet ook in een lijst van ‘kleine herstellingen’, die uitsluitsel geeft
over de onderhoudsklusjes die voor rekening van de huurder zijn. Van deze lijst
mag niet in het nadeel van de huurder worden afgeweken. De lijst geeft overigens
geen uitputtend overzicht van het huurdersonderhoud; het is dus mogelijk dat
huurcommissies en rechters zullen vinden dat bepaalde klusjes die (nog) niet op
de lijst van kleine herstellingen staan, tóch voor rekening van de huurder
zijn.
De wettelijke klusregels bieden huurders de mogelijkheid naar hartelust zelf
veranderingen aan te brengen die bij verhuizing ‘zonder noemenswaardige
kosten’ (voor de verhuurder!) ongedaan zijn te maken. Toestemming van de
verhuurder is daarvoor niet nodig. Wil de huurder veranderingen aanbrengen die
niet zonder noemenswaardige kosten te verwijderen zijn, dan blijft toestemming
van de verhuurder nodig. Die moet hij binnen acht weken geven als de verandering
niet schadelijk is voor de verhuurbaarheid en er geen sprake is van waardedaling
van de woonruimte. Weigert de verhuurder toch zijn toestemming, dan kan de
huurder die via de rechter afdwingen. Veranderingen waarvoor de huurder
toestemming heeft gekregen hoeven bij verhuizing niet ongedaan te worden
gemaakt, tenzij de rechter dat als voorwaarde aan zijn toestemming voor het
aanbrengen heeft verbonden. Op een vergoeding voor een zelfaangebrachte
verandering die bij verhuizing in de woning achterblijft heeft een huurder
alleen recht als de verhuurder daar financieel voordeel bij heeft (bijvoorbeeld
omdat de woningwaardering volgens het puntenstelsel hoger wordt).
