Huurders die gedwongen worden
te verhuizen krijgen recht op een vergoeding van minimaal 5000 euro. Dit
is te danken aan een motie van GroenLinks, waarmee ruim tweederde van de
Tweede Kamer vandaag heeft ingestemd. De Woonbond beschouwt dit als een
overwinning en als een erkenning van het recht van bewoners op een
fatsoenlijke tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten. Een
landelijke norm voor een dergelijke vergoeding ontbrak tot nu toe, wat
leidde tot willekeur en grote verschillen op lokaal niveau. Slechts in
enkele steden waren corporaties en gemeenten bereid aan huurders een
enigzins kostendekkende vergoeding toe te kennen.
De Woonbond zal bij minister Kamp
(VROM) aandringen op snelle uitvoering van de motie en verder wil de
Woonbond dat de regeling niet alleen voor huurders van woningcorporaties
gaat gelden, maar ook voor huurders in de particuliere huursector.
Alleen op die manier kan stagnatie in de wijkvernieuwing worden
verholpen.
De Woonbond heeft bij de Tweede Kamer
en het kabinet voor een wettelijke regeling gepleit, omdat Aedes, de
brancheorganisatie van woningcorporaties, tot nu toe weigerde een
afspraak te maken over een minimumbedrag van 3620 euro (prijspeil 2001)
voor de tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten. Door het
ontbreken van een landelijk minimum werden huurders bij gedwongen
verhuizing ernstig financieel benadeeld. Dankzij het brede politiek
draagvlak voor een landelijke regeling komt daar nu een eind aan.
Huurders hebben volgens de Woonbond
recht op volledige vergoeding van de kosten die zij bij een gedwongen
verhuizing moeten maken. Zij maken immers letterlijk plaats voor de
noodzakelijke kwaliteitsverbetering van het wonen in steden en dorpen.
Naast de minimale vergoeding is lokaal maatwerk nodig.
Huurdersorganisaties kunnen bij het overleg met hun verhuurder een hoger
bedrag overeenkomen en afspraken maken over de vergoeding van de door de
huurders zelf aangebrachte veranderingen, het schilder- en behangwerk,
(her)inrichting van de tuin, het voorkomen van dubbele huur en het
vergoeden van de inschrijfkosten voor een andere woning. Ook
ondersteuning in de vorm van een verhuisservice of klussendienst blijft
in veel gevallen nodig bovenop het minimumbedrag van 5000 euro.
Overal in het land wordt gewerkt aan
vernieuwing van wijken en buurten en worden huurwoningen ingrijpend
opgeknapt en verbeterd. Het goedkeuren van de motie is een krachtig
politiek signaal en goed nieuws voor de ruim 300.000 hurende huishoudens
die de komende jaren te maken krijgen met wijkvernieuwing.