STAD IEPER 
 v r e d e s s t a d 

 Virtuele stadswandeling 
 Kathedraal en omgeving 

[English]

Orgel
Ondanks de enorme ravage die de Eerste Wereldoorlog aanrichtte, is de Sint-Maartenskathedraal nog bijzonder rijk aan kunstwerken en herinneringen aan het roemrijk verleden van Ieper en het graafschap Vlaanderen.

Wanneer we de kathedraal binnenkomen via het Zuidportaal, de linkerdeur, is het eerste dat opvalt het orgel, van Jules Anneessens. Kijken we echter eerst links omhoog, dan zien we een glasraam met de wapenschilden van alle Ieperse bisschoppen; Ieper was een bisdom van 1559 tot 1802. We beginnen de wandeling langs de linkerzijde, aan het grafmonument van bisschop Georgius Chamberlain (+ 1634), zesde bisschop van Ieper. Het is een reconstructie in neo-barok van het vooroorlogse praalgraf. We vervolgen het bezoek langs het zijtransept van de hoofdbeuk, en gaan zo naar de hoofdingang van de kathedraal. Bij de hoofdingang staat een foto ter herinnering aan het Pausbezoek te Ieper op 17 mei 1985.

Binnenzicht in de Kathedraal
Van aan de hoofdingang kijken we nu naar voor, naar het altaar. We zien het schip van de 100 meter lange kerk. Achter ons, naar het hoofdportaal toe, staat het beeld "Jesus Salvator Mundi". En in de noordwestelijke hoek zien we de doopkapel; de marmeren afsluiting is afkomstig van de voormalige Dekenkapel (ca. 1625), voorheen gebouwd tegen de eerste vier traveeën van de zuidelijke zijbeuk, maar die na de oorlog niet meer herbouwd werd. De gebeeldhouwde balusters maakten deel uit van het vernielde koorgestoelte (U. Taillebert). De acht albasten beeldjes zijn eveneens uit de Dekenkapel afkomstig. Via de middengang wandelen we nu terug naar voor.

Preekstoel
Halfweg de middengang zien we de preekstoel, van A. De Beule. Kijk daar even naar boven, naar de plaats waar de preekstoel "ophangt"; daar staat een tekst in rode en blauwe letters.

We wandelen nu verder naar voor, en komen zo terug in de kruising van hoofd- en dwarsbeuken, de viering.

Roosvenster
Staande in de viering hebben we een mooi zicht op de sierlijke gothische architectuur en kunnen we de verschillende bouwfasen duidelijk onderscheiden. Let even op de ramen bovenaan in de dwarsbeuken : deze zijn verschillend links en rechts, omdat ze uit een andere bouwperiode stammen.
Nu kijken we naar rechts, boven het Zuidportaal, naar het roosvenster, een zestienhoekig brandglasraam, geschonken door de Britten ter herinnering aan hun gevallen soldaten, en ontworpen door miss Geddes. Een houten paneel aan de rechter vieringspeiler verwijst daarnaar. De koffer onder dit paneel is versierd met een gotisch reliëf dat de bestrijding van de draak door Georgius van Capadocië voorstelt. Mogelijks is deze koffer een 18de-eeuwse repliek van een origineel uit de vijftiende eeuw. Aan de zuidmuur hangen schilderijen, waaronder de "Dood van Maria" (J. Beke, 1768), de "Aanbidding" (Nicolaas van de Velde), passietaferelen (gebroeders Franck, eerste helft 17e eeuw). Aan de rechter vieringpeiler hangt een "Kruisafneming" uit de school van Rubens.
Koor
Vervolgens zien we voor ons het koor, met achteraan het Heilig-Hartbeeld. Let ook even op de ramen bovenaan in de dwarsbeuken : deze zijn verschillend links en rechts, omdat ze uit een andere bouwperiode stammen.

We gaan nu verder naar links, opzij langs het koor. Daar staan de beelden van de patroonheiligen van de parochie, Sint-Maarten en Sint-Niklaas. Het beeld is afkomstig van het verdwenen praalgraf van Mgr. Antonius de Henin, vijfde bisschop van Ieper. We gaan verder langs het koor, tot we achter de kooromsluiting komen. Let terloops even op die kooromsluiting : op het smeedwerk staan de wapenschilden van de Ieperse bisschoppen afgebeeld.

Het altaar recht voor U is het H.Kruisaltaar. In de twintigste-eeuwse omlijsting zitten zestiende-eeuwse gepolychromeerde reliëfs die passages uit het lijden van Christus en de hemelvaart voorstellen.
Achterwand Heilig-Hartbeeld
Achteraan in het koor wordt de bezoeker met een ganse reeks herinneringen aan het verleden geconfronteerd. Er zijn bewaarde praalgraven van Martinus Rythovius, eerste bisschop van Ieper, Petrus Simons (2e bisschop), en Johannes Devisschere (4e bisschop). De eerste twee monumenten zijn het werk van U. Taillebert. Heel onopvallend in één der witte vloertegeltjes is het jaartal 1638 gegraveerd. Dit is het jaar waarin Cornelius Jansen, beter gekend als Jansenius, de omstreden zevende bisschop van Ieper, aan de pest overleed. De grote grafplaat, in de vloer ingewerkt, bedekt de rustplaats van Robrecht van Bethune, graaf van Vlaanderen (ook de Leeuw van Vlaanderen genoemd door Conscience), zoon van graaf Gwijde van Dampierre. Robrecht van Bethune had een residentie op het Ieperse Zaalhof en overleed er in 1322. Hij speelde een belangrijke rol in conflicten tussen Vlaanderen en zijn soeverein, de koning van Frankrijk. Deze graaf ondertekende in 1305 het verdrag van Athis-Sur-Orge dat Vlaanderen een enorme boete oplegde omwille van zijn opstandigheid tegen de Franse koning. Daardoor werden de dynastieke belangen van het gravenhuis gevrijwaard maar kreeg de Vlaamse economie onherstelbare klappen. Later heeft de graaf met enig succes gepoogd de scherpe kantjes van dit verdrag (ook het Verdrag der Ongerechtigheid genoemd) af te ronden. Door zijn verzet tegen de Franse koning heeft hij wellicht voorkomen dat Vlaanderen nu een Franse provincie zou zijn.

Het oudste praalgraf uit de kerk is dat van Louise de Laye, weduwe van Willem Hugonet, burggraaf van Ieper en kanselier van Bourgondië. Boven dit praalgraf hangt een schilderij, toegeschreven aan een zekere Liebaert, dat het Beleg van Ieper (zie verder) voorstelt. Het sacramentsaltaar is een ontwerp van J. Lelan. Het wordt gesierd door het geschilderd retabel van Ernest Wante met voorstelling van het Laatste Avondmaal, kerk en synagoog (1931). Een drieluik uit de 16e eeuw stelt de slag bij Pavia voor (1525), de schepping van Adam en Eva, de uitdrijving uit het Paradijs, Christus aan het kruis, en de Kruisafneming.
O.L.V. van Thuyne
We wandelen verder, en komen bij het altaar van Onze-Lieve-Vrouw van Thuyne, patrones van de stad Ieper. Dit altaar is van de hand van A. De Beule, naar de plannen van Jules Coomans (1936) ter vervanging van een vooroorlogs altaar. Het illustreert één der markantste episodes uit de Ieperse geschiedenis. De geschiedenis van de verering van O.L.V. van Thuyne gaat terug tot 1383. In die tijd was het verscheurde Vlaanderen speelbal tussen twee oorlogvoerende mogendheden : Frankrijk en Engeland. De Gentenaren hadden zich van het Franse juk losgemaakt en belegerden met hun bondgenoten, de Engelsen, verschillende Vlaamse steden. Niet alleen politieke en economische redenen lagen aan de basis daarvan (de Engelsen wilden maar wat graag de Ieperse lakenindustrie klein krijgen ten voordele van het Genste laken dat met Engelse wol gemaakt werd), ook godsdienstige aspecten speelden mee : de Engelsen verweten de Vlaamse steden die door Frankrijk onderworpen waren aanhanger te zijn van de Franse tegenpaus Clemens. Na een beleg, dat negen weken duurde, een waarin de voorgeborgten van de stad volledig met de grond gelijk gemaakt werden, werd de belegering uiteindelijk stopgezet zonder dat Ieper ingenomen was. Tijdens deze bange weken vereerden de inwoners van de stad Onze-Lieve-Vrouw, en smeekten van haar de redding af. Het is in die tijd vanzelfsprekend dat men de vrijwaring van de stad aan haar toevertrouwt. Wanneer de hongersnood dreigt fataal te worden, wordt het beleg plots opgebroken. De Ieperlingen danken Onze-Lieve-Vrouw van Thuyne voor dit wonder, maar wellicht moesten zij evenveel dank zeggen aan een groot Frans leger dat vanuit Atrecht Ieperwaarts aan het oprukken was. O.L.-Vrouw wordt beschermheilige van Ieper, afgebeeld in een palissade die de veertiende-eeuwse vestingen voorstelt (toendertijd bestonden alleen de poortgebouwen uit steen, de rest van de vestingen waren aarden wallen met palissades ("thuynen") en grachten).

Het gepolychromeerd beeld wordt gedateerd tussen 1520 en 1530. Het altaarstuk is versierd met een retabel met reliëfs die het Beleg van 1383 voorstellen, de bescherming van de stad door O.L.-Vrouw van Thuyne, en de dankprocessie na de belegering. Tot op vandaag gaat er begin augustus nog altijd een processie door de Ieperse straten. Vier beelden stellen schutsheiligen van wapengilden voor : Sint-Michiel (kruisboogschutters), Sint-Joris (zwaardvechters), H. Barbara (buksschieters, kanonniers) en Sint-Sebastiaan (handboogschutters).

We verlaten nu de kathedraal via het hoofdportaal. Net voor het naar buiten gaan, links van het tochtportaal, worden de Franse gevallenen uit Wereldoorlog I in herinnering gebracht in een muuropschrift. Bij het buitenkomen gaan we onmiddellijk rechts, langs de kathedraal.
Lapidarium
Zo bereiken we het Lapidarium, ruïnes van het vroegere Sint-Maartensklooster, waar ook fragmenten van de vernielde kathedraal te zijn zijn : grafplaten, gedeeltelijk vernielde sculpturen. Het grasveld aan de rechterzijde was vroeger de binnentuin van het klooster. De afsluiting van de rondgang rond die tuin is nog goed te zien aan de oostzijde, dat is tegen de dwarsbeuk van de kerk. Aan de linkerzijde moet U enkele trapjes naar beneden gaan. Dit was een overwelfde zaal, waarvan nu enkel nog een paar steunpilaren overblijven. Deze ruïnes geven een duidelijk beeld van de graad van vernieling die Ieper tijdens de Eerste Wereldoorlog te beurt viel.

We vervolgen de toch rond de kathedraal, en komen zo aan de noordoostelijke zijde. Let ondertussen ook even op het Astridpark aan de overzijde, opgedragen aan de voormalige Belgische koningin Astrid.

Noordoostzijde
We komen nu bij het Iers Kruis, een monument voor de gesneuvelde Ierse soldaten uit de provincie Munster.

We vervolgen de wandeling rond de Kathedraal, en komen op het Sint-Maartensplein, dat we daarstraks al overgestoken hebben.
Op het Sint-Maartensplein
We zien opnieuw het Nieuwerck, en de achterzijde van de Lakenhalle, en gaan zo terug naar het Hoofdportaal van de Kathedraal.

De toren van de Kathedraal
We steken het Vandepeereboomplein over, om van aan de overkant de toren van de Kathedraal te bekijken. Deze 100 meter hoge toren is te zien tot kilometers ver rondom Ieper. De toren had vroeger geen spits, maar na de Eerste Wereldoorlog besliste stadsarchitect Coomans om de Dekenkapel weg te laten en in de plaats een spits te bouwen.

Stadsschouwburg en Kloosterpoort
Links van de Kathedraal staat de stadsschouwburg. Nog eens links daarvan vinden we de kloosterpoort, de vroegere toegangspoort naar het Sint-Maartensklooster, zoals ook het opschrift op de poort vermeldt.

Saint George's Memorial Church
We wandelen verder naar de hoek met de Elverdingestraat. Daar staat de Saint George's Memorial Church. Deze Anglicaanse kerk werd gebouwd in 1928, naar de plannen van Sir Reginald Blomfield. Het biedt een gebedsplaats voor de aanvankelijk aanzienlijke Britse aanwezigheid in België na de oorlog, en voor pelgrims die tot op vandaag naar Ieper komen. Het bevat veel gedachtenissen aan individuele soldaten, officieren, regimenten, enz. Het is het resultaat van talloze schenkingen van individuen en organisaties.

We vervolgen nu de wandeling langs de Boezingepoortstraat, naar de Oude Veemarkt toe.


Aanvullend fotomateriaal :




Terug naar Ieper-pagina


Ontworpen :
23 september 1999
Laatste wijziging :
19 oktober 1999

Deze pagina wordt onderhouden door Bruno Titeca.

Disclaimer
© Bruno Titeca, 1999
http://www.chem.kuleuven.ac.be/~bruno/Ypres/walk/wand02.html